home
Glimlach
'De jongen lachte, ik zag een horizontale streep, waarschijnlijk had hij gave, mooie tanden. Ik dacht aan mij eigen glimlach die ’s nachts in een glas water lag.'

Uit De Heer slaapt met watjes in zijn oren van Frans Pointl, Nijgh & Van Ditmar, 2004

Voor het interview met Pointl in Trouw: Lees verder...
17 03 04 - 16:31 | | literatuur | zes reacties | §


Nooit meer tripes
Ik ben op vakantie met mijn ouders. Het zal Grenoble geweest zijn of Dijon of een andere middelgrote Franse stad. In een restaurant kies ik van de kaart tripes. Ik weet niet waarom, ook mijn ouders wisten niet wat het was. Als de serveerster bij het opnemen van de bestelling vraagt of ik echt heel zeker weet of ik tripes wil, word ik toch een beetje ongerust. Even later verschijnt een ober (of is het de kok?) met een mes in zijn hand, dreigend wijst hij ermee op mijn vader. ‘Had u tripes besteld?’ ‘Nee, hij.’ Er wordt naar mij gekeken. Dan kan ik beter dit mes gebruiken. En met een onheilspellende glimlach overhandigt hij me het gereedschap met extra scherpe kartels. Nog voor ik het gerecht geserveerd krijg, heb ik al geen zin meer in tripes, wat het ook mogen zijn.

Als het eenmaal komt, zijn tripes in mijn gedachte al zo vies dat het ook wel weer meevalt. Het blijkt vlees van onduidelijke afkomst, geserveerd in een gelatinepapje. Ik weet dat ik ervan heb gegeten, de smaak kan ik me niet meer herinneren. Maar de kans dat ik ooit weer tripes bestel is nul.

In het kader van de boekenweek (thema Frankrijk) heeft Rainbow een pocket met anti-Frankrijk-verhalen uitgegeven: Nooit meer de Provence. Een van de verhalen doet denken aan mijn hierboven geschetste herinnering. Johannes van Dam (culinaire walrus van Het Parool) vertelt over zijn broer die tegen zijn vaders advies toch tripes bestelde:

‘Zodra hij de lucht had opgesnoven, deinsde hij achteruit. Darmen, ingewanden, dat waren het en zo rook het ook. Voor geen goud at hij ervan.

Niemand wilde zijn gerecht overnemen, zodat de lokale specialiteit, die de meeste Hollanders met mijn broer normaal als dierenvoer beschouwen, onder tafel eindigde, voor de neus van poedel Cola.

Maar ook die was beter gewend. Hij snuffelde er aan, deinsde achteruit zover zijn riem het toeliet en liet het gastronomisch wonder over voor de schoonmakers.’
10 03 04 - 17:38 | | literatuur | twee reacties | §



Powered by Pivot 1.15


xml feed rss 2.0   xml feed Atom





alle content © zebra



top