home
Vragen
Gisteren las ik in Het Parool een recensie die me bijna naar de boekwinkel deed rennen om daar mijn portemonnee om te keren. Maar een boek van vijftig euro en een kleine duizend pagina’s was me net iets te gortig. Helaas staat de recensie van Het eiland van het tweede gezicht van Albert Vigoleis Thelen, want daar gaat het om, niet online. Maar geloof me, het was een zeer lovende recensie.

Maar daar gaat het nu niet om. Mijn aandacht werd getrokken door de volgende zin over de auteur: “Ondertussen werkt hij verder aan een oeuvre dat na zijn dood op zijn uitdrukkelijke wens door [zijn vrouw] Beatrice zal worden vernietigd.”

Dat deed me direct denken aan de The book of illusions van Paul Auster waarin een, net als Thelen, in afzondering levende en werkende filmmaker zijn vrouw zijn laatste films, direct na zijn dood, laat verbranden. Auster vertelt het zo, dat je als lezer wel kan janken dat je die films nooit meer zal kunne zien. Ook al weet je dat ze nooit hebben bestaan, het is immers fictie.

Ik vraag me af of Auster het verhaal van deze Duitse schrijver kende en daar zijn roman op heeft gebaseerd. Of is het gewoon een van die toevalligheden waarop het hele oeuvre van Auster is gestoeld? Of komt het wel vaker voor dat verongelijkte kunstenaars hun werk het liefst, door niemand aanschouwd, hun graf in willen nemen?
28 05 04 - 21:54 | | literatuur | zes reacties | §


Kleiduiven
De actie komt maar langzaam op gang. John Sommerfield schrijft in Vrijwilliger in Spanje over de dagelijkse gang van zaken in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Zijn oorlog begint met veel wachten op en in treinen, wachten op uniformen, wachten op wapens, reizen van stadje naar dorpje richting het front. Voor er een schot gelost wordt, is het boek al ruim over de helft.

Vermoedelijk republikeinen vechten achter barricaden

Als het dan zover is, schrijft Sommerfield niet over zijn eerste gerichte schot, zijn eerste gedode vijand zoals ik had verwacht. Het doden lijkt geen issue in zijn beleving. Pas helemaal aan het einde kom ik de volgende passage tegen. De enige die over het doden rept:

‘(…) de kleine figuurtjes renden en tuimelden om en bleven stil liggen. Zo doodde je meestal mannen in een oorlog; er was beweging en je schoot en de beweging hield op. Je voelde even de opwinding dat je iets had gepresteerd, maar het was iets onpersoonlijks, het was alsof je op kleiduiven schoot; je dacht er niet aan dat er nu weduwen en wezen bijkwamen, dat je moeders van hun kinderen beroofde. Je schoot op iets wat donker was en bewoog en als je het raakte voelde je je een “goede schutter”. Op andere momenten schoot en doodde je omdat ze op je afkwamen en het hij of jij was, maar ook dan was het nog onpersoonlijk, en als je later oprukte en de lijken zag waren het gewoon dode mannen die door van alles en nog wat gesneuveld hadden kunnen zijn.’
06 05 04 - 22:41 | | literatuur | drie reacties | §


Wie is Pablo Neruda?
In de ‘serie’ toevalligheden vandaag de Chileense dichter Pablo Neruda. Ondanks dat hij Nobelprijswinnaar is, had ik nog nooit van hem gehoord. Tot afgelopen donderdag, toen kwam ik zijn naam maarliefst drie keer tegen.

Omdat het dit jaar honderd jaar geleden is dat Neruda werd geboren, bracht de uitgeverij waar ik wel eens iets voor doe zijn meesterwerk Canto general uit. Ik bladerde het 768 pagina’s dikke dichtepos door en vond prompt, op pagina 369 in de tweede regel een zetfout, tot groot misgenoegen van de redacteur.

’s Avonds kwam ik zijn naam weer tegen. Dit maal als vertaler van een gedicht van Tagore, voorgelezen op de bruiloft van Salman Rushdie in een redactioneel stukje van de Groene Amsterdammer.

Daarna las ik de laatste hoofdstukken van Vrijwilliger in Spanje van John Sommerfield. Dit zijn de aantekeningen die Sommerfield maakte toen hij in 1936 deel uit maakte van het communistische vrijwilligersleger dat in de Spaanse Burgeroorlog tegen de fascisten vocht (waarover later meer). Het motto van het nawoord is een dichtregel van Pablo Neruda.

Nou schep ik er genoegen in dergelijke toevalligheden op te merken, maar ze als een teken beschouwen gaat me weer net iets te ver. Ik heb het maar gezien als aanleiding om Canto general te gaan lezen, maar de honderden pagina’s dichtregels kom ik echt niet door. Iemand interesse?
05 05 04 - 11:16 | | literatuur | twaalf reacties | §



Powered by Pivot 1.15


xml feed rss 2.0   xml feed Atom





alle content © zebra



top