Cape Fishermen's Supply
Losse aantekeningen bij het concert van Frank Black and the Catholics in de Melkweg, vrijdag 28 november.

Frank Black verliest midden in een nummer zijn plectrum. Met zijn worstenvingertjes raspt hij over zijn snaren. Het kleine oranje stukje plastic valt voor de neus van een meisje dat haar hand maar hoeft uit te steken om het souvenir te bemachtigen. Maar ze wacht. Pas bij het volgende nummer, als Black een nieuwe pakt en ze zich er van verzekerd heeft dat de maestro hem niet meer nodig heeft, pakt ze het ding op en geeft het aan haar vriendje.

Als Black een akoestische gitaar pakt, schuift een lange jongen met een camera voor me langs. “Sorry, even een plaatje schieten. Deze gitaar is legendarisch.” Ik kijk naar de gitaar. Er zit een gat in.

De gitarist ziet eruit alsof hij de vorige dag noch met Spinal Tap heeft opgetreden. Alles aan hem is over the top, zijn uiterlijk, zijn gedrag. De bassist heeft een ouderwetse kees-de-jongen-pet, ver naar voren, op zijn hoofd staan. Onder het spelen zijn zijn ogen niet zichtbaar. Zelfs niet voor mij, hoewel ik toch zo ver vooraan sta dat ik het zweet in kleine stroompjes van het kale hoofd in de dikke nek van Black zie kabbelen.

Om te laten zien dat het uiterlijk vertoon van de muzikanten slechts een gimmick betrof, zijn na afloop de bassistenpetten als merchandise te koop. Het T-shirt met daarop Cape Fishermen’s Supply dat Black droeg niet.

08 12 03 - 00:10


reageer: